Schriftverwerking
Lees eerst de theorie rustig en goed door. Zorg dat je snapt waar de tekst over gaat. Daarna maak je de opdrachten hieronder. Deze opdrachten helpen je om de belangrijkste dingen uit de theorie te begrijpen. Je legt in je eigen woorden uit wat je hebt geleerd en gebruikt daarbij de begrippen die bij de tekst horen. Je uitwerkingen vormen samen een leerportfolio waarmee je later kunt leren voor toetsen.
Code en titel
Noteer bovenaan je uitwerking duidelijk de code en de titel van de theorie die je hebt gebruikt.
Opdracht 1: Korte samenvatting
Schrijf in 3–5 zinnen wat volgens jou de belangrijkste boodschap van de theorie is.
Opdracht 2: Schets of woordweb
Maak een eenvoudige schets of woordweb waarin je één belangrijk onderdeel van de theorie uitbeeldt.
Je schets of woordweb moet laten zien hoe dit verschijnsel werkt of hoe het eruitziet. Zet korte woorden of pijltjes bij je tekening zodat duidelijk is wat je bedoelt.
Opdracht 3: Begrip → betekenis → eigen voorbeeld
Neem de dikgedrukte begrippen uit de theorie over in een minitabel:
Code en titel
Noteer bovenaan je uitwerking duidelijk de code en de titel van de theorie die je hebt gebruikt.
Opdracht 1: Korte samenvatting
Schrijf in 3–5 zinnen wat volgens jou de belangrijkste boodschap van de theorie is.
Opdracht 2: Schets of woordweb
Maak een eenvoudige schets of woordweb waarin je één belangrijk onderdeel van de theorie uitbeeldt.
Je schets of woordweb moet laten zien hoe dit verschijnsel werkt of hoe het eruitziet. Zet korte woorden of pijltjes bij je tekening zodat duidelijk is wat je bedoelt.
Opdracht 3: Begrip → betekenis → eigen voorbeeld
Neem de dikgedrukte begrippen uit de theorie over in een minitabel:
Template
Gebruik de onderstaande template om je opdracht uit te werken.