• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
Picture

GS8_9 | De gematigde zone

De meeste mensen in Europa wonen in de gematigde zone. Dit is een gebied waar het niet extreem heet is zoals in de tropen, maar ook niet ijskoud zoals bij de polen. In deze zone zie je heel duidelijk de vier seizoenen terug in de natuur. We kijken in deze les naar de verschillende soorten bossen die hier groeien, van de loofboomgordel tot de uitgestrekte naaldboomgordel.

De gematigde zone ligt op de middelste breedtegraden van de aarde. In de atmosfeer zorgt dit voor een klimaat met milde zomers en koele winters. Omdat er het hele jaar door genoeg neerslag valt, is er in de hydrosfeer altijd voldoende water beschikbaar voor de planten. Dit zorgt voor een rijke biosfeer waarin bomen de belangrijkste rol spelen. De lithosfeer is hier vaak erg vruchtbaar door alle dode bladeren die elk jaar op de grond vallen en in de bodem trekken.

In de warmere delen van de gematigde zone vind je de loofboomgordel. Dit zijn bossen met bomen zoals eiken, beuken en berken die grote, platte bladeren hebben. Deze bomen hebben een slimme manier om de winter te overleven: ze laten hun bladeren vallen om vocht te besparen. In de lente, als de zon uit de atmosfeer weer sterker wordt, groeien de bladeren snel terug. Dit is het landschap dat je in een groot deel van West-Europa en Nederland tegenkomt.

In de koudere, noordelijke delen van de gematigde zone maken de loofbomen plaats voor de naaldboomgordel, ook wel de taiga genoemd. Hier groeien vooral naaldbomen zoals dennen en sparren. De naalden van deze bomen hebben een waslaagje waardoor ze goed tegen de vorst kunnen en niet uitdrogen in de winter. Omdat de temperatuur hier lager is, groeien bomen in de taiga veel langzamer dan in de loofboomgordel. Je vindt dit enorme bosgebied vooral in landen als Scandinavië, Canada en Rusland.

Op de grens tussen de warme en koude gebieden vind je het gemengde bos. Zoals de naam al zegt, groeien hier loofbomen en naaldbomen gezellig door elkaar. Dit zorgt voor een gevarieerde biosfeer waar veel verschillende dieren kunnen leven. Het gemengde bos is een overgangsgebied: ga je naar het zuiden, dan zie je steeds meer loofbomen; ga je naar het noorden, dan nemen de naaldbomen het over.

De temperatuur in de gematigde zone bepaalt welk type bos er overheerst. In het zuiden is het warm genoeg voor de loofboomgordel, terwijl in het koude noorden alleen de naaldboomgordel (taiga) kan overleven. Het gemengde bos vormt de brug tussen deze twee werelden. Zo zie je dat een kleine verandering in de atmosfeer (de temperatuur) direct bepaalt hoe de vegetatie in de biosfeer eruitziet.

  • Extra – havo & vwo:  We kijken naar de uitersten van de gematigde zone. Aan de warme zuidkant liggen de subtropen. Hier vind je de mediterrane plantengroei, zoals olijfbomen en kurkeiken. Deze planten hebben dikke, leerachtige bladeren om het weinige water uit de hydrosfeer vast te houden tijdens de hete, droge zomers. Aan de koude noordkant spreken we van de boreale zone. Dit is het gebied van de taiga waar de winters erg lang zijn en de bodem in de lithosfeer soms een groot deel van het jaar bevroren is. Waar de subtropen dus vechten tegen de droogte, moet de natuur in de boreale zone vooral vechten tegen de extreme kou.

Onthoud dat de gematigde zone een gebied is met een mild klimaat waar bossen de hoofdrol spelen. Afhankelijk van de temperatuur zie je een loofboomgordel, een naaldboomgordel (taiga) of een gemengd bos. Voor havo en vwo is het belangrijk om te weten dat de subtropen aan de warme kant liggen en de boreale zone aan de koude kant van dit gebied.

Leerdoelen

  1. Je kunt de kenmerken van de gematigde zone noemen en uitleggen waarom bomen hier de belangrijkste rol spelen in de biosfeer.
  2. Je kunt de loofboomgordel omschrijven en uitleggen hoe deze bomen zich aanpassen aan de verschillende seizoenen.
  3. Je kunt de naaldboomgordel (taiga) beschrijven en uitleggen waarom naaldbomen in koudere gebieden beter overleven dan loofbomen.
  4. (hv) Je kunt de verschillen tussen de subtropen en de boreale zone uitleggen door te kijken naar de uitdagingen voor de plantengroei (droogte versus kou).​

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. In de gematigde zone zie je de vier seizoenen goed terug. Wat gebeurt er met de bomen in de loofboomgordel als het winter wordt?
  2. De taiga is een enorm gebied met naaldbomen. Noem één kenmerk van een naald waardoor deze boom goed tegen de kou kan.
  3. Wat is een gemengd bos precies en op welke plek (noord of zuid) vind je in dit bos de meeste loofbomen?
  4. (hv) Planten in de subtropen hebben vaak leerachtige bladeren. Leg uit welk probleem uit de hydrosfeer zij hiermee proberen op te lossen.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit