• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
Picture

GS8_7 | De biosfeer

Overal op aarde waar leven is, spreken we over de biosfeer. Dit kan een dicht oerwoud zijn, maar ook een koude toendra waar bijna niets groeit. In dit hoofdstuk ontdek je hoe de natuur zichzelf vormt door de invloed van zon en water. We kijken naar de natuurlijke plantengroei en hoe die bepaalt hoe een gebied eruitziet voordat de mens er iets aan verandert.

De biosfeer is de verzamelnaam voor alle levende wezens op onze planeet, van de kleinste insecten tot de hoogste bomen. Deze factor kan niet zonder de andere geofactoren; de atmosfeer geeft lucht, de hydrosfeer geeft water en de lithosfeer geeft een stevige bodem. Omdat de temperatuur en de hoeveelheid regen op aarde overal anders zijn, ziet de biosfeer er in de tropen heel anders uit dan op de Noordpool. Zo vind je in warme, natte gebieden een enorme variatie aan dieren die je in een droge woestijn nooit zult tegenkomen.

Wanneer de natuur haar eigen gang gaat zonder dat mensen zich ermee bemoeien, spreken we van natuurlijke plantengroei. Dit betekent dat de planten die er staan, daar precies horen omdat ze passen bij het klimaat en de bodem. In een gebied met veel regen uit de hydrosfeer zal de natuurlijke plantengroei bestaan uit dikke bossen met grote bladeren. In een koud gebied zie je juist planten die klein blijven om zich te beschermen tegen de gure wind uit de atmosfeer.

Het woord vegetatie is een ander woord voor alle planten die in een bepaald gebied groeien. Dit kan de natuurlijke groei zijn, maar ook door mensen geplante gewassen zoals een maisveld of een dennenbos voor houtkap. De vegetatie is een belangrijke schakel in de natuur, omdat planten de bodem van de lithosfeer vasthouden met hun wortels. Als de vegetatie verdwijnt, bijvoorbeeld door bosbranden, kan de bodem makkelijk wegspoelen wanneer er weer neerslag valt.

Een natuurlandschap is een gebied waarin je alleen de geofactoren ziet en waar de mens nog niets heeft aangepast. Er zijn hier geen wegen, huizen of akkers te vinden. Alles wat je ziet—de vorm van de bergen, de loop van de rivieren en de wilde dieren—is puur natuur. Helaas zijn er op aarde steeds minder echte natuurlandschappen over, omdat de mens bijna overal de vegetatie heeft veranderd om er zelf te kunnen wonen of werken.

De biosfeer is afhankelijk van wat er in een gebied mogelijk is. De temperatuur en regen bepalen welke natuurlijke plantengroei er ontstaat. Deze planten vormen samen de vegetatie, die op haar beurt weer zorgt dat een natuurlandschap in balans blijft. Als het klimaat in de atmosfeer verandert, verandert de vegetatie mee, waardoor het hele landschap er na een tijdje totaal anders uit kan zien.

  • Extra – vwo: Als we kijken naar de spreiding van de wereldbevolking, zien we dat mensen niet zomaar overal gaan wonen. De biosfeer en de andere geofactoren bepalen of een gebied "bewoonbaar" is. De meeste mensen wonen in gebieden waar de vegetatie gunstig is voor landbouw en waar de lithosfeer vruchtbaar is, zoals in rivierdelta's. Gebieden met een extreem natuurlandschap, zoals gortdroge woestijnen of ijskoude poolgebieden, zijn heel dunbevolkt. Dit zorgt voor een ongelijkmatige spreiding: op sommige plekken wonen duizenden mensen per vierkante kilometer, terwijl andere enorme gebieden op aarde bijna leeg zijn. Deze spreiding is dus een direct gevolg van hoe gastvrij de natuurlijke omgeving is voor de mens.

Onthoud dat de biosfeer al het leven op aarde omvat. Hoe een gebied eruitziet, wordt bepaald door de natuurlijke plantengroei en de totale vegetatie. Wanneer de mens nog niet heeft ingegrepen, noemen we zo'n gebied een natuurlandschap. De kenmerken van dit landschap bepalen uiteindelijk waar veel of juist weinig mensen wonen op de wereld.

Leerdoelen

  1. Je kunt de biosfeer omschrijven en uitleggen hoe deze afhankelijk is van de drie andere geofactoren (lucht, water en bodem).
  2. Je kunt uitleggen wat we bedoelen met natuurlijke plantengroei en beschrijven hoe het klimaat bepaalt hoe deze planten eruitzien.
  3. Je kunt het verschil benoemen tussen de begrippen vegetatie en een natuurlandschap aan de hand van een voorbeeld.
  4. ​(v) Je kunt de spreiding van de wereldbevolking verklaren door een verband te leggen tussen de bewoonbaarheid van een gebied en de geofactoren.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. De biosfeer kan niet zonder de andere 'sferen'. Noem één ding dat de planten en dieren nodig hebben uit de hydrosfeer.
  2. Waarom ziet de natuurlijke plantengroei in een tropisch regenwoud er heel anders uit dan in een koude toendra?
  3. Bekijk een foto van een maisveld en een foto van een oerwoud. Welke van de twee is een echt natuurlandschap? Leg uit waarom.
  4. (hv) Planten houden met hun wortels de grond vast. Wat gebeurt er met de bodem van een berghelling als alle vegetatie daar wordt weggehaald?
  5. (v) Waarom wonen er in een rivierdelta (vruchtbare grond, veel water) vaak veel meer mensen dan in een woestijn? Gebruik het begrip bewoonbaarheid.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit