• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
Picture

GS8_3 | Lithosfeer 

Alles waar je op loopt, fietst of bouwt, hoort bij de harde buitenkant van de aarde. Deze laag noemen we de lithosfeer, maar de meeste mensen zeggen gewoon ‘de grond’. In deze grond vind je verschillende materialen, zoals zand of klei, die we een grondsoort noemen. Het is belangrijk om dit te begrijpen, want de soort grond bepaalt of een boer er aardappels kan poten of dat er een dik bos groeit.

De lithosfeer is de stenen laag van de aarde waar de oceanen en continenten op liggen. Het is de buitenste laag die ons beschermt tegen de vloeibare, hete binnenkant van de planeet. Op de plekken waar wij wonen, is de bovenkant van deze laag vaak veranderd in los materiaal. Zonder de stevigheid van de lithosfeer zouden we geen huizen kunnen bouwen en zou er geen plek zijn voor planten om hun wortels in vast te zetten.

Een grondsoort is het materiaal waar de bodem uit bestaat, en dat kan overal anders zijn. In Nederland hebben we veel verschillende soorten, zoals zand, klei, löss en veen. De grondsoort bepaalt hoe makkelijk water door de bodem zakt. Als je op het strand loopt, zie je dat water direct verdwijnt, maar in een polder met klei blijven er vaak grote plassen staan.
  • Zand bestaat uit kleine stukjes afgebroken gesteente die je met het blote oog kunt zien. De korrels zijn vrij groot, waardoor er veel ruimte tussen zit en water er heel makkelijk doorheen zakt. Je vindt zand vooral in de duinen en op de Veluwe. Omdat zand weinig voedsel voor planten vasthoudt, groeien er in zandgebieden vaak dennenbomen of heide in plaats van zware eiken.
  • Klei bestaat uit piepkleine deeltjes die zo klein zijn dat je ze met het blote oog niet kunt zien. Als klei nat is, plakt het aan je schoenen en kun je er balletjes van rollen. De deeltjes liggen heel dicht op elkaar, waardoor water en voedingstoffen juist heel goed worden vastgehouden. Daarom is klei vaak erg vruchtbaar en zie je in gebieden met klei veel akkers met suikerbieten of tarwe.
  • Löss is een bijzondere grondsoort die nog fijner is dan zand, maar iets grover dan klei. Het voelt aan als een soort poeder of bloem en is in de ijstijd door de wind naar Nederland geblazen. Je vindt deze grond vooral in Zuid-Limburg. Omdat löss heel vruchtbaar is en precies genoeg water vasthoudt, is het perfecte grond voor de landbouw.
  • Veen is een heel andere grondsoort, want het bestaat niet uit steentjes, maar uit dode plantenresten. Als planten in een moeras onder water verdwijnen, rotten ze niet weg maar worden ze een dikke, sponsachtige laag. Veen is erg nat en kan heel veel water uit de hydrosfeer opzuigen. Vroeger haalden mensen het uit de grond, lieten het drogen en gebruikten het als brandstof (turf) voor de kachel.

De lithosfeer vormt de basis voor alle verschillende materialen die we op aarde vinden. Elke grondsoort, zoals zand of klei, reageert anders op regenwater uit de hydrosfeer. Zo stroomt water bij zand direct weg, terwijl veen het water juist vasthoudt als een spons. Deze verschillen bepalen uiteindelijk welke planten en dieren uit de biosfeer op die plek kunnen overleven.

  • Extra – havo & vwo: De bovenste laag van de lithosfeer noemen we de bodem. Dit is de laag waar de natuur en het weer invloed hebben gehad op de grondsoort. In een gezonde bodem zitten niet alleen korrels zand of klei, maar ook lucht, water en humus (resten van dode bladeren). Een boer kijkt dus niet alleen naar de grondsoort, maar vooral naar de bodem om te zien of zijn planten wel genoeg voedsel kunnen vinden om te groeien.
  • Extra – vwo: Als je een diepe kuil graaft, zie je vaak verschillende gekleurde lagen boven elkaar: dit noemen we horizonten. Bovenaan heb je vaak een donkere laag vol plantenresten, daaronder een laag waar mineralen uitgespoeld zijn, en onderaan de laag waar de oorspronkelijke grondsoort nog puur is. Deze horizonten ontstaan door een proces waarbij regenwater van boven naar beneden sijpelt en stoffen meeneemt. De volgorde en dikte van deze lagen vertellen een aardrijkskundige precies hoe het klimaat en de plantengroei op die plek in het verleden waren. Deze gelaagdheid is een direct resultaat van de samenwerking tussen de atmosfeer (regen) en de lithosfeer (de grond).

Onthoud dat de lithosfeer de basis is van alles waar we op leven. De verschillende materialen in de grond noemen we een grondsoort, waarbij zand, klei, löss en veen allemaal hun eigen kenmerken hebben. Deze soorten bepalen hoe de natuur op die plek groeit en hoe wij het land gebruiken.

Leerdoelen

  1. Je kunt uitleggen wat de lithosfeer is en waarom deze laag onmisbaar is voor het bouwen van huizen en de groei van planten.
  2. Je kunt de vier belangrijkste Nederlandse grondsoorten (zand, klei, löss en veen) benoemen en van elke soort één kenmerk geven.
  3. Je kunt beschrijven hoe het verschil in korrelgrootte tussen zand en klei bepaalt hoe makkelijk water door de bodem zakt.
  4. (hv) Je kunt het verschil uitleggen tussen een 'grondsoort' en een bodem, en omschrijven welke extra onderdelen een gezonde bodem bevat.
  5. (v) Je kunt het ontstaan van horizonten verklaren door de samenwerking tussen neerslag (atmosfeer) en de grond (lithosfeer) te beschrijven.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. De lithosfeer is de 'harde buitenkant' van de aarde. Noem twee redenen waarom wij deze laag dagelijks nodig hebben.
  2. Je hebt een handje grond dat aan je schoenen plakt en waar je balletjes van kunt rollen. Welke grondsoort is dit en waarom?
  3. Waarom moet een boer in een gebied met zandgrond vaker sproeien dan een boer in een gebied met veengrond?
  4. (hv) Een bodem is meer dan alleen een grondsoort. Welke drie dingen (behalve zand of klei) vind je nog meer in een vruchtbare bodem?
  5. (v) Als je een kuil graaft, zie je soms verschillende gekleurde lagen (horizonten). Hoe zorgt regenwater ervoor dat deze lagen ontstaan?

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit