• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
Picture

GS8_1 | Geofactoren 

Alles om je heen in de natuur heeft met elkaar te maken. De zon, de grond waar je op staat, het water in de sloot en zelfs de mieren in het gras werken constant samen. We noemen deze onderdelen van de natuur de geofactoren. Het is belangrijk om deze factoren te begrijpen, omdat ze samen bepalen hoe het landschap eruitziet. Als er één ding verandert, heeft dat meteen gevolgen voor de rest.

​De atmosfeer is de laag lucht rondom de aarde. Hierin gebeurt alles wat met het weer te maken heeft, zoals regen, wind en zonneschijn. Zonder de lucht uit de atmosfeer zouden planten en dieren niet kunnen leven. De temperatuur in deze luchtlaag bepaalt bijvoorbeeld hoe hard planten groeien in de biosfeer. Denk maar aan een warme zomerdag waardoor het gras in de tuin ineens heel hard groeit.

De lithosfeer is de buitenste harde laag van de aarde, oftewel de aardkorst. Dit is de bodem waar we op lopen en waar boeren hun gewassen op verbouwen. De stenen en mineralen in deze laag zijn heel belangrijk voor de vruchtbaarheid van de grond. Regenwater uit de atmosfeer zakt in deze bodem en wordt daar opgeslagen. Als de bodem van de lithosfeer erg rotsachtig is, kunnen de wortels van bomen er minder goed doorheen groeien.

Alle vormen van water op onze planeet noemen we de hydrosfeer. Denk hierbij aan de oceanen en rivieren, maar ook aan het ijs op de Noordpool en het grondwater. Water is de motor van de natuur en verplaatst zich constant tussen de lucht en de bodem. Wanneer het hard regent, stroomt het water uit de hydrosfeer over de lithosfeer heen naar de laagste plekken. Zonder dit water kunnen de levende wezens in de biosfeer simpelweg niet overleven.

De biosfeer bestaat uit alle levende organismen op aarde, van piepkleine bacteriën tot enorme olifanten en diepe bossen. Planten en dieren passen zich altijd aan de plek aan waar ze wonen. In een droog gebied vind je bijvoorbeeld cactussen die heel weinig water uit de hydrosfeer nodig hebben. De dode resten van planten vallen op de grond en trekken in de lithosfeer. Hierdoor wordt de bodem weer rijker, zodat er later weer nieuwe planten kunnen groeien.

De geofactoren vormen samen een grote puzzel die nooit stilstaat. De atmosfeer zorgt voor regen, die vervolgens als onderdeel van de hydrosfeer in de lithosfeer (de bodem) trekt. Planten en dieren uit de biosfeer gebruiken dat water en die bodem om te kunnen groeien. Omdat alles met elkaar verbonden is, noemen we dit een systeem. Als de lucht (atmosfeer) bijvoorbeeld veel warmer wordt, droogt de bodem (lithosfeer) uit en verdwijnen de planten (biosfeer).

​Je hebt geleerd dat het landschap wordt gevormd door de samenwerking van verschillende geofactoren. Alles in de atmosfeer, lithosfeer, hydrosfeer en biosfeer heeft invloed op elkaar. Als je begrijpt hoe deze onderdelen samenwerken, begrijp je pas echt hoe de natuur op onze aarde werkt.

Leerdoelen

  1. Je kunt de vier verschillende geofactoren benoemen en in je eigen woorden uitleggen hoe zij samen het landschap vormen.
  2. Je kunt omschrijven wat de atmosfeer en de lithosfeer inhouden en bij beide factoren een voorbeeld uit de natuur geven.
  3. Je kunt het belang van de hydrosfeer voor de biosfeer uitleggen aan de hand van een concreet voorbeeld van levende wezens.​

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. De natuur werkt samen als een puzzel. Noem de vier geofactoren en leg kort uit wat er gebeurt als er één factor verandert.
  2. Wat is het grootste verschil tussen de atmosfeer en de lithosfeer? Noem voor beide een onderdeel dat je buiten kunt zien.
  3. Waarom kan de biosfeer (het leven) niet zonder de hydrosfeer? Geef een voorbeeld van een plant of dier in je antwoord.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit