GS1_10 | Geografische breedte
Als je op zee vaart of in een dichte jungle loopt, heb je geen straatnamen om te weten waar je bent. Om toch precies je plek te vinden, gebruiken we lijnen die over de hele aarde getrokken zijn. In deze les leer je over de absolute ligging van een plek met behulp van de breedteligging. We kijken naar de evenaar die de wereld in twee helften deelt en hoe we met getallen precies kunnen aanwijzen hoe ver je van het midden van de aarde bent.
De absolute ligging is de exacte plek op aarde waar iets zich bevindt. Terwijl je bij een gewone beschrijving zegt dat je "naast de supermarkt" staat, gebruik je bij de absolute ligging een vast systeem van getallen dat voor de hele wereld hetzelfde is. Hierdoor kan een piloot of een kapitein altijd precies zien waar hij is, zelfs als er geen enkel herkenningspunt in de buurt is.
De breedteligging vertelt je hoe ver een plek van de evenaar af ligt. Deze lijnen lopen als onzichtbare cirkels horizontaal om de aarde heen, van oost naar west. Je kunt het vergelijken met de treden van een ladder: hoe hoger of lager je op de ladder klimt, hoe verder je van het midden bent. De breedteligging bepaalt voor een groot deel hoe warm of koud het in een gebied is.
De evenaar is de allerbelangrijkste breedte-cirkel en ligt precies in het midden van de aarde. De evenaar is de grens die de aarde in twee gelijke stukken snijdt. Omdat de zon hier het hele jaar recht boven staat, is het rond de evenaar bijna altijd tropisch warm. De evenaar noemen we ook wel 0 graden breedte.
Door de evenaar wordt de aarde verdeeld in twee helften: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond. "Halfrond" betekent letterlijk een halve bol. Alles wat boven de evenaar ligt, hoort bij het noorden (waar ook Nederland ligt), en alles eronder hoort bij het zuiden (zoals Australië). Als het bij ons zomer is op het noordelijk halfrond, is het op het zuidelijk halfrond juist winter.
Om de absolute ligging op te schrijven, gebruiken we graden. Als een plek boven de evenaar ligt, noemen we dat noorderbreedte (N.B.). Ligt een plek onder de evenaar, dan noemen we dat zuiderbreedte (Z.B.). De getallen lopen van 0 graden bij de evenaar tot 90 graden bij de Noordpool of de Zuidpool. Hoe hoger het getal, hoe verder je dus van de warme evenaar af bent.
Deze begrippen vormen samen een soort wereldwijd rooster. De evenaar deelt de wereld in het noordelijk en zuidelijk halfrond. Met de breedteligging meten we vervolgens de afstand tot die middelste lijn. Door aan te geven of je op noorderbreedte of zuiderbreedte bent, bepaal je de eerste stap van de absolute ligging van een plek op de kaart.
Onthoud dat de evenaar de wereld in twee helften deelt. Met de breedteligging geef je aan of je op het noordelijk of zuidelijk halfrond bent. De getallen van de noorderbreedte en zuiderbreedte vertellen je precies hoe ver je van de evenaar af bent en bepalen zo de absolute ligging van een plek.
De absolute ligging is de exacte plek op aarde waar iets zich bevindt. Terwijl je bij een gewone beschrijving zegt dat je "naast de supermarkt" staat, gebruik je bij de absolute ligging een vast systeem van getallen dat voor de hele wereld hetzelfde is. Hierdoor kan een piloot of een kapitein altijd precies zien waar hij is, zelfs als er geen enkel herkenningspunt in de buurt is.
De breedteligging vertelt je hoe ver een plek van de evenaar af ligt. Deze lijnen lopen als onzichtbare cirkels horizontaal om de aarde heen, van oost naar west. Je kunt het vergelijken met de treden van een ladder: hoe hoger of lager je op de ladder klimt, hoe verder je van het midden bent. De breedteligging bepaalt voor een groot deel hoe warm of koud het in een gebied is.
De evenaar is de allerbelangrijkste breedte-cirkel en ligt precies in het midden van de aarde. De evenaar is de grens die de aarde in twee gelijke stukken snijdt. Omdat de zon hier het hele jaar recht boven staat, is het rond de evenaar bijna altijd tropisch warm. De evenaar noemen we ook wel 0 graden breedte.
Door de evenaar wordt de aarde verdeeld in twee helften: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond. "Halfrond" betekent letterlijk een halve bol. Alles wat boven de evenaar ligt, hoort bij het noorden (waar ook Nederland ligt), en alles eronder hoort bij het zuiden (zoals Australië). Als het bij ons zomer is op het noordelijk halfrond, is het op het zuidelijk halfrond juist winter.
Om de absolute ligging op te schrijven, gebruiken we graden. Als een plek boven de evenaar ligt, noemen we dat noorderbreedte (N.B.). Ligt een plek onder de evenaar, dan noemen we dat zuiderbreedte (Z.B.). De getallen lopen van 0 graden bij de evenaar tot 90 graden bij de Noordpool of de Zuidpool. Hoe hoger het getal, hoe verder je dus van de warme evenaar af bent.
Deze begrippen vormen samen een soort wereldwijd rooster. De evenaar deelt de wereld in het noordelijk en zuidelijk halfrond. Met de breedteligging meten we vervolgens de afstand tot die middelste lijn. Door aan te geven of je op noorderbreedte of zuiderbreedte bent, bepaal je de eerste stap van de absolute ligging van een plek op de kaart.
- Extra – havo & vwo: Gebieden die dicht bij de evenaar liggen, noemen we gebieden op lage breedte. Dit komt doordat de getallen van de graden daar laag zijn (bijvoorbeeld tussen 0 en 30 graden). Omdat de zon hier bijna recht boven de aarde staat, is de temperatuur op lage breedte gemiddeld erg hoog. Er is hier dus een direct verband tussen het getal op de kaart en de warmte die je buiten voelt. Gebieden die ver van de evenaar liggen, bij de polen, noemen we gebieden op hoge breedte. Hier zijn de getallen van de graden hoog (bijvoorbeeld tussen 60 en 90 graden). Op hoge breedte moeten de zonnestralen een veel groter gebied verwarmen omdat ze schuin op de aarde vallen, waardoor het er veel kouder is. Een uitzondering op deze regel vind je in de bergen: zelfs op lage breedte kan het koud zijn als je heel hoog staat, maar puur kijkend naar de breedteligging is "hoog" bijna altijd synoniem voor "koud".
Onthoud dat de evenaar de wereld in twee helften deelt. Met de breedteligging geef je aan of je op het noordelijk of zuidelijk halfrond bent. De getallen van de noorderbreedte en zuiderbreedte vertellen je precies hoe ver je van de evenaar af bent en bepalen zo de absolute ligging van een plek.
Leerdoelen
- Ik kan uitleggen wat de absolute ligging van een plek is en vertellen waarom piloten en kapiteins dit systeem gebruiken.
- Ik kan de evenaar beschrijven als de middelste breedtecirkel (0 graden) die de aarde verdeelt in een noordelijk en zuidelijk halfrond.
- Ik kan aan de hand van de termen noorderbreedte (N.B.) en zuiderbreedte (Z.B.) op een wereldkaart aanwijzen of een plek boven of onder de evenaar ligt.
- (hv) Ik kan het verband uitleggen tussen de breedteligging en de temperatuur door aan te geven wat het verschil is tussen lage en hoge breedte.
Aan de slag!
Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
LeerCheck
- Waarom is het voor een kapitein op de oceaan handiger om te weten dat hij op 20° Z.B. vaart dan dat hij "midden op zee" is?
- De stad Kaapstad ligt op 34° Z.B. Op welk halfrond ligt deze stad en wat betekent de afkorting Z.B. precies?
- Je staat op een plek op aarde waar de breedteligging 0 graden is. Hoe heet deze lijn en hoe is de temperatuur daar meestal?
- (hv) Een land ligt op 80° N.B. Noemen we dit een ligging op lage of op hoge breedte? Leg ook kort uit of het daar erg warm of erg koud is.
Voor de docent
Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.

