GS1_9 | Thematische kaarten
Niet elke kaart is bedoeld om de weg te vinden of om te zien waar bergen liggen. Soms wil je in één oogopslag zien waar de meeste mensen wonen, of in welke landen de meeste bananen groeien. Daarvoor gebruiken we thematische kaarten. In deze les leer je hoe je verschillende soorten kaarten leest die elk een eigen onderwerp (thema) hebben, zoals choropleten, mozaïekkaarten en isolijnenkaarten.
Een thematische kaart is een kaart die over één speciaal onderwerp gaat. "Thema" is een ander woord voor onderwerp. In plaats van wegen of steden, zie je op deze kaart informatie over bijvoorbeeld het klimaat, de industrie of de rijkdom van een land. Deze kaarten helpen je om snel patronen te ontdekken, zoals: "In het noorden is het kouder dan in het zuiden."
Al deze thematische kaarten gebruiken hun eigen methode om informatie overzichtelijk te maken. Waar een choropleet werkt met tinten om hoeveelheden te laten zien, gebruikt een mozaïekkaart kleuren om soorten te onderscheiden. De isolijnenkaart is weer handig voor gegevens die vloeiend in elkaar overgaan, zoals het weer. Samen zorgen ze ervoor dat je ingewikkelde informatie over de wereld heel snel kunt begrijpen.
Onthoud dat thematische kaarten je informatie geven over een specifiek onderwerp. Of je nu naar kleuren in een choropleet, vakjes in een mozaïekkaart of lijnen op een isolijnenkaart kijkt: de kaart vertelt je altijd een bijzonder verhaal over de wereld.
Een thematische kaart is een kaart die over één speciaal onderwerp gaat. "Thema" is een ander woord voor onderwerp. In plaats van wegen of steden, zie je op deze kaart informatie over bijvoorbeeld het klimaat, de industrie of de rijkdom van een land. Deze kaarten helpen je om snel patronen te ontdekken, zoals: "In het noorden is het kouder dan in het zuiden."
- Bij choropletenkaarten worden gebieden ingekleurd met verschillende tinten van dezelfde kleur. Hoe donkerder de kleur, hoe vaker iets voorkomt. Denk aan een kaart van Nederland die laat zien waar de meeste mensen per vierkante kilometer wonen. De donkerrode gebieden zijn dan de drukke steden, terwijl de lichtroze gebieden de rustige dorpen zijn. Je kunt hiermee dus heel makkelijk hoeveelheden in een gebied vergelijken.
- Een mozaïekkaart lijkt op een choropleet, maar gebruikt verschillende kleuren die niets met elkaar te maken hebben. Elke kleur staat voor een andere categorie of soort. Een goed voorbeeld is een kaart van de landbouw: geel is voor graan, groen voor grasland en bruin voor akkerbouw. De kleuren zeggen hier dus niets over 'meer' of 'minder', maar vertellen je 'wat' er op die plek te vinden is.
- Op isolijnenkaarten zie je lijnen die punten met precies dezelfde waarde met elkaar verbinden. Het woord "iso" betekent "gelijk". Je kent ze vast wel van het weerbericht: de lijnen die gebieden met dezelfde temperatuur of luchtdruk verbinden. Ook op een kaart met hoogtelijnen zie je dit; als je over zo'n lijn loopt, blijf je op precies dezelfde hoogte wandelen.
Al deze thematische kaarten gebruiken hun eigen methode om informatie overzichtelijk te maken. Waar een choropleet werkt met tinten om hoeveelheden te laten zien, gebruikt een mozaïekkaart kleuren om soorten te onderscheiden. De isolijnenkaart is weer handig voor gegevens die vloeiend in elkaar overgaan, zoals het weer. Samen zorgen ze ervoor dat je ingewikkelde informatie over de wereld heel snel kunt begrijpen.
- Extra – havo & vwo: Een andere manier om informatie te tonen is de stippenkaart. Hierbij staat elke stip voor een bepaald aantal, bijvoorbeeld één stip voor elke 1.000 koeien. Waar de stippen heel dicht op elkaar staan, is de concentratie hoog. Dit geeft een eerlijker beeld dan een choropleet, omdat je precies ziet waar in een provincie de meeste koeien staan, in plaats van dat de hele provincie één kleur krijgt.
- Extra – vwo: Op een anamorfosekaart wordt de vorm van landen expres veranderd op basis van de cijfers. Een land dat in het echt klein is, zoals Nederland, wordt op de kaart reusachtig groot getekend als het thema 'export van bloemen' is. Dit ziet er vaak heel grappig en vervormd uit. Het spanningsveld hier is dat de werkelijke vorm van de aarde wordt losgelaten om het thema zo duidelijk mogelijk te laten opvallen. Dit is een extreme vorm van een thematische kaart die direct je aandacht trekt.
Onthoud dat thematische kaarten je informatie geven over een specifiek onderwerp. Of je nu naar kleuren in een choropleet, vakjes in een mozaïekkaart of lijnen op een isolijnenkaart kijkt: de kaart vertelt je altijd een bijzonder verhaal over de wereld.
Leerdoelen
- Ik kan uitleggen wat een thematische kaart is en waarom je deze kaart niet gebruikt om de weg naar een stad te vinden.
- Ik kan het verschil tussen een choropletenkaart en een mozaïekkaart beschrijven aan de hand van het kleurgebruik.
- Ik kan uitleggen wat de lijnen op een isolijnenkaart betekenen en hiervan een voorbeeld noemen uit het dagelijks leven.
- (hv) Ik kan onderbouwen waarom een stippenkaart soms een nauwkeuriger beeld geeft van een gebied dan een choropletenkaart.
- (v) Ik kan analyseren hoe een anamorfosekaart de werkelijkheid vervormt om een specifiek onderwerp (thema) extra opvallend te maken.
Aan de slag!
Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
LeerCheck
- Je ziet een kaart met de titel 'Aantal verkochte ijsjes per provincie'. Welk 'thema' wordt hier onderzocht en is dit een overzichtskaart of een thematische kaart?
- Een kaart van Nederland laat met donkergroene en lichtgroene tinten zien waar de meeste bossen zijn. Hoe noem je dit type kaart met één kleur in verschillende tinten?
- Je ziet op een weerkaart een lijn lopen met het getal 20°C. Wat betekent het als twee steden op precies dezelfde lijn liggen?
- (hv) Stel, een provincie is heel groot maar alle mensen wonen in één klein hoekje. Waarom laat een stippenkaart dit duidelijker zien dan wanneer je de hele provincie één kleur geeft?
- (v) Op een kaart over 'Bevolking' is China veel groter getekend dan Rusland, terwijl Rusland in het echt het grootste land is. Hoe noem je zo'n vervormde kaart?
Voor de docent
Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.