• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
Picture

GS1_7 | Schaalniveaus

Als je naar de wereld kijkt, kun je dat van heel dichtbij doen of van een enorme afstand. Denk maar aan Google Maps: je kunt je eigen huis bekijken, maar ook de hele wereldbol. Dit noemen we in de aardrijkskunde het werken met schaalniveaus. In deze les leer je hoe je door inzoomen en uitzoomen steeds een ander beeld van een gebied krijgt.

Het schaalniveau is de grootte van het gebied waar je naar kijkt. Je kiest een schaalniveau op basis van wat je wilt onderzoeken. Als je wilt weten waar de supermarkt in jouw dorp is, heb je een ander niveau nodig dan wanneer je wilt weten waar alle oceanen liggen. Het bepaalt dus eigenlijk hoe ver je van je onderwerp af staat.
  • De lokale schaal is het kleinste niveau: het gaat over je eigen directe omgeving. Denk aan je eigen straat, je school of je buurt. Op dit niveau zie je heel veel details, zoals de namen van straten of de plek van een prullenbak. Wanneer je een routebeschrijving naar de bioscoop maakt, werk je op lokale schaal.
  • Bij de regionale schaal kijk je naar een groter gebied, zoals een provincie of een streek. Een voorbeeld hiervan is de regio Achterhoek of de provincie Friesland. Je ziet minder details dan op de lokale schaal, maar je krijgt wel een goed overzicht van hoe verschillende steden en dorpen ten opzichte van elkaar liggen.
  • Het woord "natie" betekent land, dus bij de nationale schaal kijk je naar een heel land. Je bekijkt dan bijvoorbeeld heel Nederland of heel Duitsland. Dit niveau gebruik je vaak als je praat over wetten die voor iedereen in het land gelden of over het weerbericht op televisie. Het verbindt verschillende regio's met elkaar.
  • Een continent is een werelddeel, zoals Europa of Afrika. Bij de continentale schaal kijk je naar zo'n heel werelddeel tegelijk. Dit is handig als je bijvoorbeeld wilt zien hoe rivieren door verschillende landen in Europa stromen. Je ziet geen dorpen meer, maar wel de grenzen tussen landen en de grootste bergen.
  • De mondiale schaal is het allerhoogste niveau: je kijkt naar de hele wereld. "Mondiaal" komt van het Franse woord voor wereld (monde). Op dit niveau bestudeer je zaken die de hele aarde aangaan, zoals de opwarming van het klimaat of de handel tussen verschillende werelddelen. Details vallen hier helemaal weg; landen lijken op dit niveau maar kleine vlekjes.

Om van het ene niveau naar het andere te gaan, moet je inzoomen of uitzoomen. Als je van de wereldkaart naar je eigen straat gaat, ben je aan het inzoomen: het gebied wordt kleiner, maar je ziet veel meer detail. Ga je van je buurt naar de hele wereld, dan ben je aan het uitzoomen: het gebied wordt groter, maar de details verdwijnen.

Alle schaalniveaus hebben met elkaar te maken. Een probleem op de lokale schaal (zoals afval op straat) kan onderdeel zijn van een probleem op mondiale schaal (de plasticsoep in de oceanen). Door te wisselen tussen de niveaus en slim gebruik te maken van inzoomen en uitzoomen, leer je hoe kleine gebeurtenissen in je eigen buurt passen in het grote verhaal van de wereld.

​Onthoud dat het schaalniveau bepaalt hoe groot het gebied is dat je onderzoekt. Je begint klein op lokale schaal en eindigt bij de hele wereld op mondiale schaal. Door goed te kijken naar welk niveau je gebruikt, begrijp je steeds beter hoe de wereld is opgebouwd.

Leerdoelen

  1. Ik kan de vijf schaalniveaus in de juiste volgorde van klein naar groot benoemen en bij elk niveau een passend geografisch voorbeeld geven.
  2. Ik kan uitleggen wat er gebeurt met de details en de grootte van het gebied wanneer ik ga inzoomen of uitzoomen op een kaart.
  3. Ik kan bij een specifiek krantenartikel of nieuwsbericht bepalen op welk schaalniveau het onderwerp zich afspeelt (bijvoorbeeld lokaal of nationaal).

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Je bekijkt een kaart van de provincie Noord-Brabant. Op welk schaalniveau ben je aan het kijken? Leg je antwoord kort uit.
  2. Wat gebeurt er met de details (zoals straatnamen) op je scherm als je van de nationale schaal naar de mondiale schaal gaat? Gebruik de juiste term.
  3. Noem één voorbeeld van een onderwerp dat je alléén op mondiale schaal goed kunt onderzoeken en leg uit waarom dat zo is.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit