• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
Picture

GS1_6 | Kaartvaardigheden

Een kaart is eigenlijk een tekening van de aarde van bovenaf, maar dan op een plat papier of scherm. Omdat de wereld veel te groot is om op ware grootte te tekenen, gebruiken we slimme trucjes om alles toch duidelijk te maken. In deze les leer je de vijf belangrijkste onderdelen van een kaart kennen, zoals de titel en de legenda. Ook ontdek je hoe je een kaart echt kunt begrijpen door goed te kijken naar wat de maker je probeert te vertellen.
  • De titel is het eerste waar je naar kijkt als je een kaart ziet. Hierin staat namelijk precies welk gebied je ziet en over welk onderwerp de kaart gaat. Een titel als "Bevolking in Europa" vertelt je direct dat je niet naar de bergen hoeft te zoeken, maar naar waar mensen wonen. Zonder titel is een kaart eigenlijk maar een zoekplaatje zonder doel.
  • Omdat een land nooit op een blaadje past, gebruiken we een schaal. De schaal laat zien hoeveel de kaart kleiner is dan de werkelijkheid. Je ziet vaak een lijntje met getallen, de schaalstok, of een som zoals 1:100.000 (één op honderdduizend). Dat betekent dat 1 centimeter op de kaart in het echt 100.000 centimeter is. De schaal helpt je dus om afstanden tussen steden te berekenen.
  • Op een kaart staan geen foto's, maar kleine tekeningen die we kaartsymbolen noemen. Denk aan een klein vliegtuigje voor een vliegveld of een tentje voor een camping. Ook kleuren zijn symbolen: blauw is bijna altijd water en groen is vaak bos of gras. Door deze symbolen te gebruiken, blijft de kaart overzichtelijk en hoeft de maker niet overal woorden op de kaart te schrijven.
  • De legenda is de verklaring van alle kleuren en tekentjes op de kaart. Hier staat precies uitgelegd wat elk van de kaartsymbolen betekent. Als je op de kaart een rode stippellijn ziet, zoek je in de legenda op wat dat is; misschien is het wel een grens of een belangrijke wandelroute. De legenda is dus de vertaalmachine die je nodig hebt om de kaart goed te kunnen lezen.
  • Om te weten waar het noorden is, staat er vaak een windroos op de kaart. Dit is een kruis of een ster die de windrichtingen aangeeft: Noord, Oost, Zuid en West. Vaak wijst er alleen een pijltje naar boven met de letter N; dat is het Noorden. Dankzij de windroos weet je of je naar boven of naar beneden moet reizen om bij je doel te komen.

Al deze onderdelen werken samen om van een tekening een echte kaart te maken. De titel vertelt je wat je ziet, de windroos wijst je de weg, en de legenda legt de kaartsymbolen uit. Tegelijkertijd zorgt de schaal ervoor dat de afstanden op de kaart kloppen met de echte wereld. Samen zorgen ze ervoor dat iedereen, waar ook ter wereld, dezelfde kaart kan begrijpen.

  • Extra – havo & vwo: Als je verder kijkt dan alleen het lezen van de kaart, doe je aan kaartanalyse. Je stelt jezelf dan vragen zoals: "Waarom liggen de meeste steden bij de rivieren?" Je zoekt dus naar patronen op de kaart. Daarna volgt de kaartinterpretatie, waarbij je probeert te verklaren wat die patronen betekenen. Je trekt een conclusie, bijvoorbeeld dat mensen vroeger bij rivieren gingen wonen omdat het handig was voor de handel. Dit gaat dus een stap dieper dan alleen de legenda bekijken; je gaat de kaart echt gebruiken om iets te bewijzen.

​Onthoud dat een goede kaart altijd een titel, een legenda en een schaal heeft. Met de windroos en de juiste kaartsymbolen vind je feilloos de weg. Samen helpen deze onderdelen je om de wereld op papier te begrijpen.

Leerdoelen

  1. Ik kan de vijf basisonderdelen van een kaart benoemen en uitleggen welke informatie elk onderdeel mij geeft om de kaart te begrijpen.
  2. Ik kan de legenda van een kaart gebruiken als vertaalmachine om de betekenis van verschillende kaartsymbolen en kleuren op te zoeken.
  3. Ik kan met behulp van de windroos de juiste windrichting bepalen en uitleggen in welke richting ik moet reizen tussen twee plekken op de kaart.
  4. (hv) Ik kan door middel van kaartanalyse patronen ontdekken op een kaart en deze informatie gebruiken voor een eerste kaartinterpretatie.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Je ziet een kaart met veel blauwe vlakken en kleine bootjes. Welke twee kaartonderdelen heb je nodig om zeker te weten waar de kaart over gaat en wat die bootjes betekenen?
  2. Op een kaart staat een schaal van 1:10.000. Wat betekent dit getal precies voor de afstand die je in het echt moet lopen als je op de kaart 1 centimeter meet?
  3. Je staat in de stad Utrecht en je wilt naar de stad Groningen (die op de kaart boven Utrecht ligt). In welke windrichting moet je reizen volgens de windroos?
  4. (hv) Je ziet op een kaart dat bijna alle rode stippen (steden) langs een blauwe lijn (rivier) liggen. Welk patroon heb je nu ontdekt en hoe noem je dit stapje in het kaartonderzoek?

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit