• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
Picture

GS1_3 | Beschrijven en verklaren

Bij aardrijkskunde doen we meer dan alleen naar plaatjes kijken. We willen begrijpen wat we zien en waarom dingen op een bepaalde plek gebeuren. Dat doen we door twee belangrijke stappen te zetten: we gaan eerst iets nauwkeurig bekijken en daarna zoeken we uit hoe het komt. In deze les leer je het verschil tussen de begrippen beschrijven en verklaren. Dit is de basis van elk onderzoek dat je voor dit vak gaat doen.

Wanneer je gaat beschrijven, vertel je precies wat je ziet, hoort of merkt in een gebied. Je geeft eigenlijk een soort lijstje van kenmerken zonder dat je nog vertelt hoe het zo gekomen is. Stel je voor dat je op vakantie bent in de bergen en je stuurt een appje naar een vriend. Je schrijft: "Het is hier heel koud, er ligt sneeuw op de toppen en de wegen zijn erg steil." Op dat moment ben je aan het beschrijven; je geeft een feitelijk beeld van de situatie.

Na het beschrijven komt de volgende stap: verklaren. Dat betekent dat je een reden geeft voor wat je ziet; je legt uit hoe het komt. Je zoekt naar de oorzaak van een verschijnsel. Als we teruggaan naar het voorbeeld van de bergen, is de verklaring voor de sneeuw: "Het is hier wit omdat het hoog in de bergen kouder is, waardoor de neerslag als sneeuw valt in plaats van regen." Door te verklaren begrijp je de logica achter het landschap dat je eerder hebt beschreven.

Deze twee begrippen werken altijd als een team. Je kunt namelijk pas iets goed verklaren als je het eerst goed hebt kunnen beschrijven. Eerst stel je vast: "Wat zie ik?" (beschrijven) en daarna vraag je jezelf af: "Waarom is dat zo?" (verklaren). Samen zorgen ze ervoor dat je niet alleen weet dat een gebied er op een bepaalde manier uitziet, maar ook snapt waarom dat zo is.

​Onthoud dat je bij aardrijkskunde altijd begint met beschrijven (vertellen wat er is) om daarna te kunnen verklaren (uitleggen hoe het komt). Deze twee stappen helpen je om de wereld om je heen echt te begrijpen en maken van jou een slimme onderzoeker.

Leerdoelen

  1. Ik kan het verschil uitleggen tussen beschrijven en verklaren door aan te geven bij welk begrip je alleen vertelt wat je ziet.
  2. Ik kan een nauwkeurige beschrijving geven van een landschap door feitelijke kenmerken te noemen zonder een oorzaak aan te wijzen.
  3. Ik kan bij een aardrijkskundig verschijnsel een logische verklaring zoeken door de vraag te beantwoorden hoe iets is ontstaan.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Kijk naar de straat voor je school. Geef drie feitelijke kenmerken van dit gebied (alleen wat je ziet, geen redenen).
  2. In de winter ligt er op de top van een berg vaak sneeuw, terwijl het in het dal regent. Geef hiervoor een korte verklaring.
  3. Waarom noemen we beschrijven en verklaren een "team"? Leg kort uit hoe deze twee stappen samenwerken bij een onderzoek.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit