• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
Picture

GS1_2 | Gebieden

In deze tekst kijken we naar de verschillende plekken op aarde en hoe die eruitzien. We gebruiken hiervoor begrippen als gebied, natuurlandschap en cultuurlandschap om de omgeving te beschrijven. Je leert dat aardrijkskundigen op twee verschillende manieren naar de wereld kunnen kijken: vanuit de natuur of vanuit de mens. Dit is belangrijk omdat je zo leert begrijpen waarom de wereld er op elke plek weer anders uitziet.

Een gebied is een stuk van het aardoppervlak dat op een bepaalde manier bij elkaar hoort. Een ander woord hiervoor is een regio. Denk bijvoorbeeld aan de provincie waar je woont of de wijk rondom je school. Omdat een gebied duidelijke kenmerken heeft, kun je het op een kaart aanwijzen en vergelijken met andere plekken.

Wanneer je naar buiten kijkt of door de ruit van de trein tuurt, zie je het landschap. Dit is het uiterlijk van de aarde zoals je dat met je eigen ogen kunt zien. Een landschap kan heel plat zijn met veel gras, of juist vol staan met hoge flatgebouwen. Het is eigenlijk het 'gezicht' van een gebied, waarin je kunt zien wat er op die plek allemaal gebeurt.

Een natuurlandschap is een landschap dat bijna niet door mensen is veranderd. Alles wat je daar ziet, is door de natuur zelf gemaakt, zoals oerwouden, woestijnen of hoge bergen. In een puur natuurlandschap vind je geen wegen, huizen of lantaarnpalen. Je ziet dit soort landschappen vaak in natuurfilms, maar in een druk land als Nederland zie je ze bijna nooit meer. De kant van aardrijkskunde die kijkt naar de natuur, noemen we fysische geografie. Hierbij onderzoek je hoe bergen ontstaan, hoe het weer werkt of hoe planten groeien in een natuurlandschap. Het gaat dus echt over de 'hardware' van de aarde: de grond, de lucht en het water. Als je onderzoekt waarom een vulkaan uitbarst, ben je bezig met fysische geografie.

De meeste plekken waar wij komen zijn door mensen ingericht; dat noemen we een cultuurlandschap. Overal waar je huizen, akkers, wegen of bruggen ziet, heeft de mens de natuur veranderd. Een weiland met koeien en een hek eromheen lijkt misschien natuur, maar omdat de mens het zo heeft ingericht, is het toch een cultuurlandschap. Bijna heel Nederland is op deze manier door ons ontworpen. Wanneer we kijken naar hoe mensen de wereld gebruiken en inrichten, noemen we dat sociale geografie. In deze tak van de aardrijkskunde onderzoek je bijvoorbeeld waar mensen gaan wonen, welk werk ze doen en hoe ze hun cultuurlandschap bouwen. Het gaat dus over de mens en zijn omgeving. Als je kijkt naar de drukte in een winkelstraat, ben je een sociale geograaf.

Deze begrippen vormen samen het verhaal van een plek. In elk gebied zie je een landschap dat is gevormd door de natuur of door de mens. De fysische geografie helpt je om het natuurlandschap te begrijpen, terwijl de sociale geografie uitlegt hoe wij daar een cultuurlandschap van hebben gemaakt. Stap voor stap leer je zo dat de natuur en de mens altijd invloed op elkaar hebben.

​Onthoud dat elk gebied een eigen uiterlijk heeft, dat we het landschap noemen. We maken daarbij een verschil tussen de natuur (fysische geografie) en de invloed van de mens (sociale geografie). Zo leer je dat een wereld vol steden en wegen eigenlijk één groot verzameling van verschillende landschappen is.

Leerdoelen

  1. Ik kan het verschil uitleggen tussen een natuurlandschap en een cultuurlandschap aan de hand van duidelijke voorbeelden uit mijn eigen omgeving.
  2. Ik kan beschrijven wat een gebied of regio is en uitleggen hoe je zo’n plek kunt herkennen op een kaart.
  3. Ik kan benoemen welke onderwerpen horen bij fysische geografie en welke bij sociale geografie om het landschap te bestuderen.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Kijk naar een foto van een polder met dijken en gemalen. Is dit een natuur- of een cultuurlandschap? Leg je antwoord uit.
  2. Noem een gebied waar jij vaak komt en beschrijf één kenmerk waaraan je kunt zien dat dit stukje aarde bij elkaar hoort.
  3. Je doet onderzoek naar de bouw van een nieuwe woonwijk op een zandgrond. Welk deel van je onderzoek is fysische geografie en welk deel is sociale geografie?

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit