• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
Picture

GS12_12 | Glaciale landschapsvormen

In deze tekst leer je hoe ijs het landschap verandert. Je maakt kennis met glaciale landschapsvormen, verschillende soorten morenen en het sediment keileem. Ook zie je hoe gletsjers materiaal meenemen door erosie. Dit is belangrijk, omdat veel Europese landschappen – en zelfs delen van Nederland – sporen dragen van oude gletsjers.

Glaciale landschapsvormen zijn vormen in het landschap die door ijs zijn gemaakt. Een gletsjer werkt als een zware, schuivende machine die rotsen uitschuurt en meeneemt. Daardoor ontstaan brede U‑dalen in berggebieden, maar ook stuwwallen en keienvelden in Nederland. Deze vormen ontstaan doordat het ijs met grote kracht erosie veroorzaakt: het schuurt en duwt gesteente weg. Glaciale landschapsvormen laten dus duidelijk zien hoe ijs het landschap modelleert.

​Een morene is een hoop materiaal die door een gletsjer is meegenomen en ergens is achtergelaten. Dit puin bestaat uit klei, zand, grind of grote keien. De plaats waar het materiaal wordt afgezet bepaalt welk soort morene ontstaat.
Hierbij horen vier belangrijke soorten:
  • Zijmorene: ligt aan de zijkant van een gletsjer. Het bestaat uit gesteente dat van bergwanden op het ijs is gevallen en langs de randen wordt meegenomen. Als het ijs smelt, blijft het als een lange strook puin achter.
  • Middenmorene: ontstaat wanneer twee gletsjers samenkomen. Hun zijmorenen schuiven in het midden tegen elkaar en vormen zo één puinband. Deze blijft als een strook midden in het dal zichtbaar na het smelten van het ijs.
  • Eindmorene: ontstaat aan het uiteinde van een gletsjer. Het ijs duwt al het puin voor zich uit, als een soort bulldozer. Wanneer het ijs stopt of smelt, blijft er een wal van materiaal achter die laat zien hoe ver de gletsjer kwam.
  • Grondmorene: dit is het materiaal dat onder de gletsjer achterblijft. De onderkant van het ijs drukt gesteente fijn tot een mengsel van klei, zand en stenen. Dit samen­geperste mengsel noemen we keileem, een harde laag die in Nederland veel voorkomt. Keileem is dus onderdeel van de grondmorene en hoort bij de afzetting onder het ijs.

Gletsjers schuren met erosie gesteente los en nemen dit mee. Dit vormt glaciale landschapsvormen zoals U‑dalen. Wanneer het ijs smelt of stopt, blijft het meegesleepte materiaal achter als morene, op verschillende plekken en in verschillende vormen. Zo krijg je zijmorenen, middenmorenen, eindmorenen en grondmorenen met keileem. Al deze vormen samen laten zien waar het ijs heeft gelegen en hoe het landschap is veranderd.
​
  • Extra – vwo: Een trogdal is een U‑vormig dal dat door een gletsjer is uitgeslepen. Het heeft steile wanden en een brede, vlakke bodem. Dit ontstaat doordat gletsjers veel krachtiger schuren dan rivieren. Trogdalen passen dus goed bij glaciale erosie en bij de vormen die door morenes worden omlijst. Een fjord is een trogdal dat later is volgelopen met zeewater. Fjorden zijn diep, smal en hebben steile rotswanden. Ze komen vooral voor in Noorwegen, waar gletsjers tot in zee hebben gereikt. Fjorden tonen hoe gletsjererosie, morenes en zeewater samen een nieuw kustlandschap vormen.

​Gletsjers schuren het landschap uit en laten materiaal achter als morenen, met keileem als onderdeel van de grondmorene. Deze afzettingen vormen samen de glaciale landschapsvormen die je vandaag nog kunt herkennen.

Leerdoelen

  1. Ik kan uitleggen wat glaciale landschapsvormen zijn en beschrijven hoe gletsjers het landschap vormen door erosie.
  2. Ik kan beschrijven wat een morene is en uitleggen hoe zijmorenen, middenmorenen, eindmorenen en grondmorenen ontstaan.
  3. Ik kan uitleggen wat keileem is en beschrijven hoe dit sediment ontstaat onder een gletsjer.
  4. (v) Ik kan analyseren hoe trogdalen en fjorden ontstaan en welke omstandigheden bepalen of een U‑dal later een fjord wordt.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Leg in je eigen woorden uit hoe een gletsjer het landschap vormt en noem één voorbeeld van een glaciale landschapsvorm.
  2. Kies één soort morene (zij-, midden-, eind- of grondmorene) en leg uit hoe deze ontstaat.
  3. Wat is keileem en hoe ontstaat dit materiaal onder een gletsjer?
  4. ​(v) Waardoor ontstaat een trogdal en welke extra voorwaarde zorgt ervoor dat zo’n U‑dal kan veranderen in een fjord?

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie