• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
Picture

GS12_7 | Gesteentekringloop

In deze tekst leer je hoe gesteenten steeds veranderen in een grote cyclus: de gesteentekringloop. Je ziet hoe stollingsgesteente ontstaat, hoe afzettingsgesteente wordt opgebouwd uit laagjes, en hoe gesteente onder druk kan veranderen in metamorfe gesteenten. Dit is belangrijk, omdat alle rotsen, bergen en zandlagen om ons heen onderdeel zijn van dit proces.

De gesteentekringloop is het langzame proces waarbij gesteente steeds opnieuw wordt gemaakt, afgebroken en veranderd. Het lijkt op een kring, omdat je nooit precies kunt aanwijzen waar het begint. Door hitte, druk, erosie en beweging van aardplaten verandert gesteente telkens van vorm. Soms duurt dit duizenden jaren, soms miljoenen. De gesteentekringloop maakt duidelijk dat geen enkel gesteente voor altijd hetzelfde blijft.

Stollingsgesteente ontstaat wanneer gesmolten gesteente weer hard wordt. Onder de grond heet dit gesmolten gesteente magma, en boven de grond heet het lava. Als magma langzaam afkoelt, ontstaan grotere kristallen; als lava snel stolt, wordt het gesteente fijner en harder. Stollingsgesteente vormt vaak het beginpunt in de gesteentekringloop, omdat het later kan afbrokkelen tot kleine korrels.

Afzettingsgesteente ontstaat uit laagjes losse korrels die ergens worden afgezet en daarna worden samengeperst. Dat neerleggen van korrels heet sedimentatie. Deze korrels kunnen zand, klei of grind zijn die door wind, rivieren of de zee worden meegenomen. In zulke laagjes kunnen soms fossielen ontstaan: resten of afdrukken van planten en dieren die snel werden bedekt en daardoor niet vergaan. Door het gewicht van steeds nieuwe laagjes worden deze sedimenten samengeperst tot nieuw gesteente. Daarom passen sedimentatie en fossielen logisch bij afzettingsgesteente: ze laten zien hoe dit soort gesteente laag voor laag wordt opgebouwd.

Metamorfe gesteenten ontstaan wanneer bestaand gesteente diep in de aarde terechtkomt. Daar is veel druk en het kan er flink warm zijn. Het gesteente smelt niet, maar de structuur en hardheid veranderen wel. Zo kan bijvoorbeeld kalksteen veranderen in marmer. Metamorfe gesteenten passen in de gesteentekringloop omdat ze laten zien wat er gebeurt als gesteente steeds dieper wegzakt.

De gesteentekringloop werkt als een stap voor stap proces. Gesmolten gesteente koelt af en wordt stollingsgesteente. Dit gesteente brokkelt af in losse korrels die worden verplaatst en neergelegd door sedimentatie, waardoor afzettingsgesteente ontstaat, soms met fossielen erin. Als deze lagen dieper wegzakken door beweging van aardplaten, ontstaan metamorfe gesteenten. Smelt het daarna helemaal, dan wordt het opnieuw magma en begint de kringloop opnieuw.

  • Extra – vwo: Opheffing betekent dat gesteente dat ooit diep lag, weer omhoog wordt geduwd. Dit gebeurt vaak bij botsende aardplaten. Door opheffing komen oude lagen afzettingsgesteente, inclusief fossielen, weer aan het oppervlak. Ook metamorfe gesteenten kunnen zo zichtbaar worden in bergen. Opheffing maakt het dus mogelijk om verschillende stappen van de gesteentekringloop letterlijk boven de grond te zien. Een ontsluiting is een plek waar gesteente aan de oppervlakte zichtbaar is, bijvoorbeeld in een rotswand, een wegdoorbraak of een diep uitgegraven bouwput. Door erosie of opheffing worden de gesteentelagen daar blootgelegd. In één ontsluiting kun je soms stollingsgesteente, afzettingslagen met fossielen én metamorfe gesteenten naast elkaar zien. Dat maakt ontsluitingen belangrijk, omdat ze de gesteentekringloop direct laten zien in het landschap.

​Gesteenten veranderen steeds: stollingsgesteente vormt zich uit magma of lava, afzettingsgesteente groeit door sedimentatie en kan fossielen bevatten, en diepe druk vormt metamorfe gesteenten. Dat alles samen heet de gesteentekringloop.

Leerdoelen

  1. Ik kan uitleggen wat de gesteentekringloop is en beschrijven hoe gesteenten steeds veranderen door natuurlijke processen.
  2. Ik kan uitleggen hoe stollingsgesteente ontstaat uit magma of lava en wat afkoeling doet met het gesteente.
  3. Ik kan beschrijven hoe afzettingsgesteente ontstaat door sedimentatie en uitleggen hoe fossielen daarin kunnen ontstaan.
  4. (v) Ik kan analyseren hoe opheffing en ontsluitingen helpen om verschillende stappen van de gesteentekringloop zichtbaar te maken in het landschap.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Leg in je eigen woorden uit wat de gesteentekringloop is en waarom je geen begin of eindpunt kunt aanwijzen.
  2. Hoe ontstaat stollingsgesteente uit magma of lava, en wat bepaalt of de kristallen groot of klein zijn?
  3. Leg uit hoe sedimentatie werkt en waarom juist in afzettingsgesteente fossielen kunnen worden gevonden.
  4. ​(v) Hoe maken opheffing en ontsluitingen het mogelijk om verschillende stappen van de gesteentekringloop boven de grond te zien?

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie