GS12_5 | Hotspots
In deze tekst leer je hoe mantelpluimen en hotspots werken. Ook komt kort aan bod wat de aardkern, de mantel en de aardkorst zijn, want deze lagen spelen een belangrijke rol. Je ziet hoe diepe warmte uit de aarde kan zorgen voor vulkanen midden op een plaat. Dit is belangrijk, omdat hotspots bijzondere vulkanische gebieden vormen zoals Hawaii en IJsland.
Een mantelpluim is een hete stijgende kolom gesteente die helemaal onderin de mantel begint. De mantel is de dikke, warme laag tussen de aardkern en de aardkorst. In de mantel is het zo heet dat gesteente langzaam kan stromen. Op sommige plekken is dit gesteente extra warm, vaak door warmte uit de aardkern, het binnenste en heetste deel van de aarde. Daardoor stijgt het op als een soort lava‑lifter. Wanneer een mantelpluim de aardkorst raakt, duwt hij die omhoog of laat hij de korst scheuren. Zo kan magma rustig naar boven komen, zoals bij brede uitstroming van dunne lava (zoals je ziet bij schildvulkanen) of bij lange spleten waar lava uitloopt (zoals spleeterupties). Een mantelpluim is dus de motor achter veel vulkanisme midden op een plaat.
Een hotspot is de plek waar een mantelpluim de aardkorst raakt en het gesteente zo ver opwarmt dat magma omhoog komt. De aardkorst is de harde buitenste laag van de aarde waarop wij leven. Een hotspot blijft op dezelfde plek staan, maar de aardplaat schuift er langzaam overheen. Daardoor ontstaat een rij vulkanen: de oudste liggen verderop, de jongste ligt precies boven de hotspot. De lava die hier uitstroomt is vaak dun en kan ver stromen, net zoals bij schildvulkanen. Soms barst de korst open in lange scheuren, waardoor lava naar buiten komt zoals bij spleeterupties. Hawaii en IJsland zijn voorbeelden van plaatsen waar een hotspot het landschap vormt.
Een hotspot begint diep bij de warmte van de aardkern. Die warmte laat gesteente in de mantel langzaam bewegen. Op sommige plekken wordt het gesteente zo heet dat er een mantelpluim ontstaat. Die pluim stijgt op tot aan de aardkorst en vormt daar een hotspot. De aardplaat schuift over deze hotspot heen, waardoor een rij vulkanen kan ontstaan. Vaak stroomt lava rustig weg of komt uit spleten, omdat het magma uit de mantel dun en heet is.
Hotspots ontstaan doordat diepe warmte uit de aardkern en mantel een mantelpluim omhoog duwt. Waar die pluim de aardkorst raakt, ontstaat vulkanisme. Zo kunnen midden op een plaat brede vulkanen en spleeterupties ontstaan, zoals op Hawaii of IJsland.
Een mantelpluim is een hete stijgende kolom gesteente die helemaal onderin de mantel begint. De mantel is de dikke, warme laag tussen de aardkern en de aardkorst. In de mantel is het zo heet dat gesteente langzaam kan stromen. Op sommige plekken is dit gesteente extra warm, vaak door warmte uit de aardkern, het binnenste en heetste deel van de aarde. Daardoor stijgt het op als een soort lava‑lifter. Wanneer een mantelpluim de aardkorst raakt, duwt hij die omhoog of laat hij de korst scheuren. Zo kan magma rustig naar boven komen, zoals bij brede uitstroming van dunne lava (zoals je ziet bij schildvulkanen) of bij lange spleten waar lava uitloopt (zoals spleeterupties). Een mantelpluim is dus de motor achter veel vulkanisme midden op een plaat.
Een hotspot is de plek waar een mantelpluim de aardkorst raakt en het gesteente zo ver opwarmt dat magma omhoog komt. De aardkorst is de harde buitenste laag van de aarde waarop wij leven. Een hotspot blijft op dezelfde plek staan, maar de aardplaat schuift er langzaam overheen. Daardoor ontstaat een rij vulkanen: de oudste liggen verderop, de jongste ligt precies boven de hotspot. De lava die hier uitstroomt is vaak dun en kan ver stromen, net zoals bij schildvulkanen. Soms barst de korst open in lange scheuren, waardoor lava naar buiten komt zoals bij spleeterupties. Hawaii en IJsland zijn voorbeelden van plaatsen waar een hotspot het landschap vormt.
Een hotspot begint diep bij de warmte van de aardkern. Die warmte laat gesteente in de mantel langzaam bewegen. Op sommige plekken wordt het gesteente zo heet dat er een mantelpluim ontstaat. Die pluim stijgt op tot aan de aardkorst en vormt daar een hotspot. De aardplaat schuift over deze hotspot heen, waardoor een rij vulkanen kan ontstaan. Vaak stroomt lava rustig weg of komt uit spleten, omdat het magma uit de mantel dun en heet is.
Hotspots ontstaan doordat diepe warmte uit de aardkern en mantel een mantelpluim omhoog duwt. Waar die pluim de aardkorst raakt, ontstaat vulkanisme. Zo kunnen midden op een plaat brede vulkanen en spleeterupties ontstaan, zoals op Hawaii of IJsland.
Leerdoelen
- Ik kan uitleggen wat een mantelpluim is en beschrijven hoe deze vanuit de mantel opstijgt richting de aardkorst.
- Ik kan beschrijven wat een hotspot is en uitleggen waarom een rij vulkanen kan ontstaan wanneer een plaat over een hotspot schuift.
- Ik kan uitleggen hoe een hotspot kan zorgen voor schildvulkanen en spleeterupties door dun, heet magma.
Aan de slag!
Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
LeerCheck
- Leg in je eigen woorden uit hoe een mantelpluim ontstaat en waarom deze omhoog beweegt richting de aardkorst.
- Hoe ontstaat een hotspot en waarom vormt deze vaak een rij vulkanen op een bewegende plaat?
- Leg uit waarom hotspots vaak rustige vulkanen veroorzaken, zoals schildvulkanen of spleeterupties.
Voor de docent
Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.

