• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
Picture

GS12_4 | Soorten vulkanen

In deze theorie leer je welke soorten vulkanen er zijn en hoe ze ontstaan. Je maakt kennis met de stratovulkaan, de calderavulkaan, de schildvulkaan en de spleetvulkaan. Je leert ook wat deze vulkanen gevaarlijk of juist rustig maakt. Dit is belangrijk, omdat verschillende vulkanen heel verschillend uitbarsten en dus andere risico’s hebben voor mensen die er dichtbij wonen.

Een stratovulkaan is een hoge, steile vulkaan die bestaat uit lagen as en lava. Deze vulkaan ontstaat vaak bij subductie, waar dik magma omhoogkomt. Dit dikke magma kan makkelijk vastlopen, waardoor er druk opbouwt. Daarom heeft een stratovulkaan meestal explosieve erupties. Bij een uitbarsting worden vaak grote wolken as en gesteente de lucht in geblazen. Deze vulkanen zie je vooral langs de randen van continenten, zoals in Chili of Japan.

  • Extra – vwo: Een pyroclastische stroom, ook wel gloedwolk, is een mix van gas, as en steenbrokken die met hoge snelheid van een vulkaan afraast. Dit gebeurt vooral bij stratovulkanen, omdat daar veel druk kan ontstaan. Zo’n stroom is extreem heet en kan alles op zijn pad verwoesten. Bij een explosieve eruptie komt een deel van het materiaal niet omhoog, maar juist naar beneden. Een bekend voorbeeld is de uitbarsting van de Vesuvius bij Pompeï, waar een gloedwolk de stad bedolf. Een lahar is een modderstroom die ontstaat wanneer water zich mengt met as en losse stenen van een vulkaan. Dit gebeurt vaak bij stratovulkanen, omdat deze veel as produceren en vaak in natte gebieden liggen. Wanneer regen of smeltende sneeuw de helling afstroomt, neemt het as mee en ontstaat een dikke stroom modder. Lahars kunnen kilometers ver gaan en dorpen bedelven. Deze stromen laten zien dat het gevaar van een explosieve vulkaan vaak doorgaat, ook lang na een uitbarsting.

Een calderavulkaan ontstaat wanneer een enorme vulkaan leegloopt en de bovenkant instort. Daardoor ontstaat een grote ronde kuil: een krater. Soms vult deze krater zich met water en vormt dan een kratermeer. Calderavulkanen kunnen ontstaan na een heel grote uitbarsting, waarbij veel magma in één keer naar buiten komt. Ze hangen vaak samen met stratovulkanen, omdat beide soort eruptions veel as en gas kunnen produceren. Een bekend voorbeeld is de Santorini‑caldera in Griekenland.

Een schildvulkaan is breed en laag, en lijkt een beetje op een schild dat op de grond ligt. Dat komt doordat deze vulkaan dun magma heeft. Dun magma stroomt makkelijk weg, waardoor de uitbarstingen rustig verlopen. De lava kan ver naar beneden stromen en zo brede hellingen vormen. Schildvulkanen ontstaan meestal op plekken waar platen uit elkaar gaan of boven hotspots, zoals op Hawaii. Dit type vulkaan barst vaak uit, maar meestal zonder grote explosies.

Een spleetvulkaan ontstaat wanneer magma niet uit één opening komt, maar uit een lange scheur in de grond. Dit noemen we een spleeteruptie. Het magma is meestal dun en komt vaak voor bij plekken waar de aardkorst uit elkaar wordt getrokken. De lava stroomt dan rustig langs de spleet naar buiten. Soms kunnen deze spleeten heel groot worden, zoals in IJsland. Een spleetvulkaan lijkt in gedrag op een schildvulkaan, omdat de lava makkelijk stroomt.

Deze soorten vulkanen verschillen vooral door het soort magma dat omhoogkomt. Dik magma leidt sneller tot druk en daardoor tot explosieve uitbarstingen, zoals bij een stratovulkaan of een calderavulkaan. Dun magma stroomt juist makkelijk weg, waardoor schildvulkanen en spleetvulkanen rustig uitbarsten. Ook de plek waar een vulkaan ontstaat speelt mee: subductiegebieden leveren vaak steile en explosieve vulkanen, terwijl gebieden waar platen uit elkaar bewegen juist brede en rustige vulkanen vormen.

Je hebt vier soorten vulkanen: steile stratovulkanen, enorme calderavulkanen, brede schildvulkanen en lange spleetvulkanen. Het type magma bepaalt of een vulkaan rustig of explosief uitbarst. Vooral stratovulkanen kunnen extra gevaarlijk zijn door gloedwolken en lahars.

Leerdoelen

  1. Ik kan beschrijven hoe een stratovulkaan ontstaat bij subductie en uitleggen waarom deze vulkaan meestal explosief uitbarst.
  2. Ik kan uitleggen hoe een calderavulkaan ontstaat en beschrijven wat een krater en kratermeer zijn.
  3. Ik kan uitleggen waarom dun magma zorgt voor rustige erupties bij schildvulkanen en spleetvulkanen.
  4. (v) Ik kan analyseren waarom stratovulkanen extra gevaarlijk zijn door pyroclastische stromen en lahars, en wanneer deze gevaren vooral optreden.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Leg uit waarom stratovulkanen vaak explosief uitbarsten en welke rol dik magma daarin speelt.
  2. Beschrijf hoe een calderavulkaan ontstaat en wat je bedoelt met een krater of kratermeer.
  3. Waarom verlopen erupties bij schildvulkanen en spleetvulkanen meestal rustig? Noem één oorzaak.
  4. (v) Waarom vormen juist stratovulkanen grote risico’s door pyroclastische stromen en lahars? Noem de belangrijkste voorwaarde.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie