• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
Picture

GS12_2 | Slab pull & ridge push

In deze theorie leer je hoe aardplaten in beweging komen. Je maakt kennis met slab pull, subductie, ridge push en de mid‑oceanische rug. Deze begrippen horen bij elkaar en vormen samen één logisch proces. Het is belangrijk om dit te begrijpen, omdat deze bewegingen bepalen waar aardbevingen, vulkanen en nieuwe stukken aardkorst ontstaan.

Slab pull betekent dat een zwaar stuk oceaanbodem naar beneden wordt getrokken de aarde in. Dat gebeurt op één plek: bij subductie. Het ingezakte deel, de “slab”, werkt als een soort anker dat de rest van de plaat mee omlaag trekt. Daardoor kan een plaat sneller gaan bewegen. Je ziet slab pull bijvoorbeeld bij de rand van de Stille Oceaan, waar veel oceanische platen wegzakken. Slab pull hangt dus altijd samen met subductie, omdat subductie het beginpunt is van dit neerwaartse trekken.

Subductie betekent dat een oceanische plaat onder een andere plaat duikt. Dit gebeurt omdat de oceanische plaat zwaarder is. Wanneer de plaat naar beneden zinkt, ontstaat het zakkende deel dat slab pull veroorzaakt. Subductie kun je herkennen aan diepe zeetroggen en vaak ook vulkanen langs de kust. Het belangrijkste is dat subductie de plek is waar slab pull begint en waar een plaat het sterkst wordt omlaag getrokken.

Ridge push is het wegduwen van platen vanaf een hoge plek op de oceaanbodem. Die hoge plek is de mid‑oceanische rug. Daar komt warm gesteente omhoog, dat nieuwe oceaanbodem vormt. Deze nieuwe bodem is warm en ligt daarom hoger, alsof hij opbolt. Hierdoor glijden de platen langzaam van de rug af, waardoor ridge push ontstaat. Ridge push werkt dus bij het beginpunt van een plaat, precies tegenover de plek waar slab pull plaatsvindt.

Een mid‑oceanische rug is een lange bergketen onder de zee. Hier schuiven platen uit elkaar en komt nieuw gesteente omhoog. Omdat deze nieuwe korst warm en dik is, ligt het hoger dan de oudere oceaanbodem. Dat hoogteverschil zorgt voor ridge push: de rug duwt de platen naar buiten. Daarom hoort een mid‑oceanische rug altijd bij ridge push, net zoals subductie altijd bij slab pull hoort.

Alle bewegingen van platen passen als puzzelstukjes in elkaar. Bij een mid‑oceanische rug ontstaat nieuwe oceaanbodem, waardoor ridge push de platen van elkaar wegduwt. Aan de andere kant van dezelfde plaat kan subductie optreden, waar de plaat omlaag duikt en slab pull de plaat verder meetrekt. Ridge push duwt dus aan de ene kant, terwijl slab pull trekt aan de andere kant. Zo blijft de hele plaat in beweging.
​
  • Extra – vwo: De lithosfeer is de harde, bovenste laag van de aarde. Deze laag bestaat uit de aardkorst en het bovenste deel van de mantel. De platen waar we over spreken, zijn stukken lithosfeer. Ridge push duwt aan de lithosfeer bij de mid‑oceanische rug, terwijl slab pull een deel van dezelfde lithosfeer omlaag trekt bij subductie. Een voorbeeld is de Pacifische plaat, die aan één kant wordt geduwd bij de rug en aan de andere kant wordt getrokken in diepe troggen. Onder de lithosfeer ligt de asthenosfeer, een warme laag die langzaam kan stromen. De platen “drijven” als harde schollen bovenop deze zachte laag. Door die stroming kan de lithosfeer bewegen en reageren op ridge push en slab pull. Soms stroomt de asthenosfeer sneller op bepaalde plekken, waardoor platen extra worden versneld of juist afgeremd. Dat laat zien dat de beweging van platen niet alleen afhangt van duwen en trekken, maar ook van de omstandigheden in de asthenosfeer zelf, die het hele proces ondersteunt.

Platen bewegen omdat ze worden geduwd bij een mid‑oceanische rug en getrokken bij subductie. Ridge push hoort bij de rug, slab pull hoort bij de neerwaartse beweging. Samen zorgen deze processen ervoor dat de aarde nooit stilstaat.

Leerdoelen

  1. Ik kan uitleggen hoe slab pull werkt en waarom een zinkend stuk oceaanbodem een plaat naar beneden trekt.
  2. Ik kan beschrijven wat subductie is en herkennen dat slab pull daar ontstaat.
  3. Ik kan uitleggen hoe ridge push ontstaat bij een mid‑oceanische rug en hoe dit platen van elkaar wegduwt.
  4. (v) Ik kan uitleggen hoe verschillen in de lithosfeer en stroming in de asthenosfeer de snelheid van plaatbeweging beïnvloeden.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Leg in je eigen woorden uit hoe slab pull werkt en waarom dit de rest van de plaat mee omlaag trekt.
  2. Beschrijf wat er gebeurt bij subductie en waarom dit het startpunt van slab pull is.
  3. Leg uit waarom een mid‑oceanische rug hoger ligt en hoe daardoor ridge push ontstaat.
  4. (v) Noem één factor in de lithosfeer of asthenosfeer die een plaat sneller of langzamer kan laten bewegen en leg kort uit waarom.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie