• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat
Picture

GS9_12 | Köppen (letters)

Op een klimaatkaart zie je vaak korte codes zoals “BW” of “Cs”. Maar wat betekenen die eigenlijk? In deze theorie leer je hoe het klimaatsysteem van Köppen werkt met hoofdletters en kleine letters. We kijken naar klimaten zoals BW (woestijn) en BS (steppe), en naar letters zoals f, s en w. Als je deze codes begrijpt, kun je snel zien wat voor klimaat ergens is. Dat helpt bij het verklaren van natuur, landschap en landbouw.

De code BW staat voor een droog woestijnklimaat. De hoofdletter B betekent dat het een droog klimaat is. De letter W geeft aan dat het om een echte woestijn gaat, waar bijna geen neerslag valt. Denk aan de Sahara, waar het vaak heet en droog is. Dit klimaat hangt samen met weinig neerslag, zoals je eerder zag bij klimaatzone B. Een BW-klimaat is dus extreem droog en valt binnen de indeling van Köppen.

De code BS hoort ook bij een droog klimaat, maar is minder extreem dan een woestijn. De letter S staat voor steppe, een gebied met gras en weinig bomen. Hier valt iets meer regen dan in een woestijn, maar nog steeds weinig. Bijvoorbeeld delen van Mongolië of Oost-Europa. Net als BW hoort BS bij klimaatzone B, maar het verschil zit in de hoeveelheid neerslag. Daardoor zie je meer begroeiing.

Bij de klimaten A, C en D zie je vaak een kleine letter achter de hoofdletter. De letter f betekent dat er het hele jaar neerslag valt (“fehlt” betekent dat er geen droog seizoen is). De letter s betekent dat de zomer droog is, zoals in het Middellandse Zeegebied. De letter w betekent dat de winter droog is, zoals in sommige tropische gebieden. Deze letters geven dus aan wanneer het nat of droog is. Ze horen bij temperatuurklimaten zoals A, C en D.

Bij de koude klimaten (E) zie je andere letters. De letter F staat voor een ijs- of sneeuwklimaat, waar het altijd vriest, zoals op Antarctica. De letter T betekent toendra: daar is het soms net boven nul, maar er groeien geen bomen. De letter H wordt gebruikt voor hooggebergte, waar het ook koud is door de hoogte. Deze letters laten zien hoe koud het gebied is. Ze horen dus bij klimaatzone E en hangen samen met lage temperaturen.

Het klimaatsysteem van Köppen gebruikt hoofdletters en kleine letters samen. Eerst geeft de hoofdletter aan in welke klimaatzone een gebied ligt, zoals droog (B) of koud (E). Daarna geeft de kleine letter extra informatie, bijvoorbeeld over neerslag of temperatuur. Zo kun je met één code precies zien hoe het klimaat in elkaar zit. Bijvoorbeeld: BS betekent droog met iets meer regen, terwijl BW bijna geen regen heeft. Door deze combinatie ontstaat een duidelijke en complete indeling.
​
  • Extra – vwo: Bij vwo ga je een stap verder: je leert klimaatcodes echt interpreteren. Dat betekent dat je niet alleen de letters kent, maar ook begrijpt wat ze samen zeggen. Bijvoorbeeld: een code als Csa betekent een gematigd klimaat (C), met een droge zomer (s) en warme zomers (a). Je kunt daaruit afleiden dat het klimaat lijkt op dat van Zuid-Frankrijk. Tegelijk zie je dat één letter niet alles zegt: je moet altijd de hele code bekijken. Soms lijken gebieden op elkaar, maar verschillen ze in details zoals regenverdeling. Dit sluit aan bij de samenhang: de combinatie van temperatuur en neerslag bepaalt uiteindelijk hoe een klimaat voelt en eruitziet.

Leerdoelen

  1. Ik kan uitleggen wat de hoofdletters (zoals A, B, C, D en E) in het klimaatsysteem van Köppen betekenen met voorbeelden van klimaten.
  2. Ik kan beschrijven wat de letters W en S bij droge klimaten (B) zeggen over neerslag en begroeiing, met een voorbeeld van een gebied.
  3. Ik kan uitleggen wat de kleine letters f, s en w betekenen en aangeven in welk seizoen er sprake is van droogte of neerslag.
  4. ​(v) Ik kan verschillende Köppen-codes met elkaar vergelijken en analyseren hoe kleine verschillen in letters leiden tot andere klimaatomstandigheden en natuurlijke kenmerken.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Leg in je eigen woorden uit wat de hoofdletter B en E betekenen en geef bij beide een voorbeeld van een klimaat.
  2. Wat is het verschil tussen BW en BS? Noem ook een gebied waar één van beide klimaten voorkomt.
  3. Kies één letter (f, s of w) en leg uit wat deze zegt over wanneer het nat of droog is.
  4. ​(v) Vergelijk BW en BS of Csa en Cfb: welke verschillen zie je en wat betekent dat voor natuur en landschap?

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat