• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat
Picture

GS9_9 | Orkaan

Soms ontstaat er boven zee een enorme storm met veel wind en regen. Zo’n storm noemen we een orkaan. In deze theorie leer je hoe orkanen ontstaan en welke rol zeewatertemperatuur, lage druk en het corioliseffect spelen. Ook bekijken we het oog van de orkaan en de schaal van Saffir-Simpson. Deze begrippen helpen je begrijpen waarom orkanen zo krachtig zijn en waar ze voorkomen.

Een orkaan ontstaat boven warm zeewater in de tropen. De lucht boven het warme water warmt op en stijgt op. Daardoor ontstaat een groot gebied met lage luchtdruk. Nieuwe lucht stroomt naar dit gebied toe en gaat ook stijgen. Zo wordt de storm steeds sterker. Orkanen komen daarom vooral voor boven oceanen rond de evenaar en de keerkringen. Ze hangen dus samen met zeewatertemperatuur en lage druk.

Warm zeewater is de brandstof voor een orkaan. Het water moet minstens ongeveer 27 graden zijn. Dan kan er veel water verdampen en opstijgen. Die warme, vochtige lucht voedt de storm en maakt hem sterker. Als een orkaan over kouder water trekt, verliest hij kracht. Daarom zie je dat orkanen vaak verzwakken als ze richting hogere breedtes trekken. De temperatuur van het water is dus cruciaal voor het ontstaan en de groei.

Bij een orkaan is er een groot gebied met lage druk. Doordat warme lucht opstijgt, wordt de luchtdruk aan het oppervlak lager. Lucht uit de omgeving stroomt naar dit gebied toe. Dat zorgt voor sterke wind. Hoe lager de druk, hoe krachtiger de wind kan worden. Lage druk vormt dus het hart van de orkaan en hangt direct samen met het ontstaan ervan.

De aarde draait om haar as. Daardoor buigt bewegende lucht af. Dit noemen we het corioliseffect. Door dit effect gaat de lucht rond de orkaan draaien. Op het noordelijk halfrond draait de storm tegen de klok in. Zonder dit effect zou de lucht recht naar het centrum stromen en geen draaiende storm vormen. Het corioliseffect zorgt dus voor de typische draaiing van een orkaan.

In het midden van een orkaan zit het oog. Dit is een opvallend rustig gebied met weinig wind en soms zelfs zon. Rondom het oog is het juist heel onstuimig. Daar zitten de zwaarste buien en de hardste wind. Als het oog over een gebied trekt, lijkt het even rustig te worden, maar daarna komt de storm weer terug. Het oog hoort dus bij de structuur van een sterke orkaan.

De kracht van een orkaan wordt gemeten met de schaal van Saffir-Simpson. Deze loopt van categorie 1 (zwak) tot categorie 5 (zeer zwaar). Hoe hoger de categorie, hoe sterker de wind en hoe groter de schade. Bij categorie 5 kunnen huizen zwaar beschadigd raken en bomen ontworteld worden. Deze schaal helpt om het gevaar van een orkaan in te schatten.

Een orkaan ontstaat boven warm zeewater. Dat warme water zorgt voor opstijgende lucht en dus lage druk. Lucht stroomt naar dit lagedrukgebied en gaat draaien door het corioliseffect. Zo groeit de storm en vormt zich een duidelijk oog. Hoe warm het water en hoe laag de druk, hoe sterker de orkaan wordt. Met de schaal van Saffir-Simpson kun je zien hoe krachtig hij is.

  • Extra – vwo: Door klimaatverandering warmt het zeewater langzaam op. Daardoor is er op meer plekken voldoende warm water voor orkanen. Dit kan ervoor zorgen dat orkanen vaker voorkomen of sterker worden. Tegelijk is het niet overal hetzelfde: sommige gebieden krijgen meer stormen, andere minder. Ook kunnen orkanen langer krachtig blijven boven zee. Dit sluit aan bij de samenhang: warmer water zorgt voor meer energie, en dus krachtigere stormen. Het laat zien dat veranderingen in temperatuur invloed hebben op luchtdruk en windsystemen.

Leerdoelen

  1. Ik kan uitleggen hoe een orkaan ontstaat door warm zeewater, opstijgende lucht en lage luchtdruk, en dit in een kort stappenplan beschrijven.
  2. Ik kan beschrijven waarom zeewatertemperatuur (minimaal ±27 °C) belangrijk is voor de kracht en groei van een orkaan, met een duidelijk voorbeeld.
  3. Ik kan uitleggen hoe het corioliseffect de draaiing van orkanen veroorzaakt en het verschil tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond benoemen.
  4. (v) Ik kan analyseren hoe klimaatverandering invloed heeft op zeewatertemperatuur en daardoor op het ontstaan, de sterkte en verspreiding van orkanen.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Leg in 3 stappen uit hoe een orkaan ontstaat (gebruik: warm water, opstijgende lucht, lage druk).
  2. Waarom moet zeewater minstens ongeveer 27 °C zijn voor een orkaan? Leg kort uit in je eigen woorden.
  3. Wat doet het corioliseffect met de wind in een orkaan? Noem ook de draairichting op het noordelijk halfrond.
  4. ​(v) Leg uit hoe warmer zeewater door klimaatverandering kan zorgen voor sterkere of meer orkanen, en noem één voorwaarde of nuance.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat