• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat
Picture

GS9_8 | Moesson

In sommige delen van de wereld verandert de wind twee keer per jaar van richting. Dit noemen we de moesson. In deze theorie leer je hoe dit werkt en welke rol het tropisch minimum, de keerkringen en de passaat spelen. Deze begrippen helpen je begrijpen waarom het in landen zoals India een nat seizoen en een droog seizoen heeft. Dat is belangrijk, omdat miljoenen mensen afhankelijk zijn van deze regens.

De moesson is een wind die in de zomer en winter van richting verandert. In de zomer waait de wind vaak vanaf zee naar het land en neemt veel vocht mee. Daardoor ontstaat veel regen. In de winter draait de wind om en waait van het land naar zee, waardoor het droog blijft. Dit zie je goed in India: daar heb je een natte zomer en een droge winter. De moesson hangt samen met verschillen in temperatuur tussen land en zee en met het tropisch minimum.

Rond de evenaar ligt een gebied met lage luchtdruk: het tropisch minimum. Warme lucht stijgt daar op, waardoor veel wolken en neerslag ontstaan. Dit gebied verschuift een beetje met de seizoenen, richting de keerkringen (ongeveer 23,5 graden noorder- en zuiderbreedte). In de zomer schuift het naar het noorden op. Daardoor wordt warme, vochtige lucht vanaf zee richting het land gezogen. Dit versterkt de moesson en zorgt voor veel regen.

De passaat is een wind die meestal van de subtropen naar de evenaar waait. Deze wind heeft een vaste richting. Maar in gebieden met een moesson kan de passaat van richting veranderen. In de zomer verandert de passaat in een vochtige wind vanaf zee. In de winter wordt het een droge wind vanaf het land. Zo speelt de passaat een belangrijke rol bij het ontstaan van de moesson.

  • Extra – vwo: Het verschil tussen land en zee heeft te maken met temperatuur. Een thermisch lagedrukgebied ontstaat doordat warme lucht opstijgt boven heet land. Dit gebeurt in de zomer. Hierdoor wordt vochtige lucht vanaf zee aangezogen en ontstaat de natte moesson. In de winter koelt het land juist snel af en ontstaat een thermisch hogedrukgebied. De lucht daalt dan en stroomt weg van het land naar zee. Daardoor is het droog. Dit laat zien dat temperatuur direct invloed heeft op luchtdruk en wind. Tegelijk hangt dit samen met de verschuiving van het tropisch minimum, waardoor het systeem sterker of zwakker wordt.

De zon verwarmt het land en de zee niet even snel. In de zomer warmt het land sneller op dan de zee. Daardoor ontstaat er een lagedrukgebied boven land en stroomt lucht vanaf zee naar land: dit is de natte moesson. Tegelijk schuift het tropisch minimum naar het noorden en versterkt die luchtstroom. In de winter gebeurt het omgekeerde en waait de wind van land naar zee. Zo hangen de moesson, het tropisch minimum en de passaat nauw met elkaar samen.

Leerdoelen

  1. Ik kan uitleggen wat de moesson is en beschrijven hoe de windrichting in zomer en winter verandert en wat dat betekent voor neerslag.
  2. Ik kan beschrijven wat het tropisch minimum is en uitleggen waarom daar stijgende lucht, wolkenvorming en veel neerslag ontstaan rond de evenaar.
  3. Ik kan uitleggen wat de passaat is en beschrijven hoe deze wind in moessongebieden van richting kan veranderen tussen zomer en winter.
  4. (v) Ik kan analyseren hoe de verschuiving van het tropisch minimum samenwerkt met land-zee temperatuurverschillen om de sterkte van de moesson te beïnvloeden.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Leg in je eigen woorden uit wat de moesson is en noem één verschil tussen zomer en winter.
  2. Waarom is er bij het tropisch minimum veel neerslag? Gebruik de woorden “warme lucht” en “stijgen”.
  3. Wat is de passaat en wat verandert eraan in een moessongebied? Geef een kort voorbeeld.
  4. (v) Leg uit hoe de verschuiving van het tropisch minimum de moesson kan versterken of verzwakken. Geef één reden.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat