• Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat
GeoStap
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat
Picture

GS9_7 | Grote windsystemen

Op aarde waait de wind niet zomaar een beetje alle kanten op. Er zijn grote patronen die steeds terugkomen. Die noemen we grote windsystemen. In deze theorie leer je over hogedruk- en lagedrukgebieden, zoals het tropisch minimum en het polair maximum. Ook kijken we naar vaste windrichtingen, zoals de passaten, westenwinden en poolwinden. Als je dit begrijpt, zie je beter hoe het wereldwijde weer en klimaat werken.

Een hogedrukgebied wordt ook wel een maximum genoemd. Op deze plekken is de luchtdruk hoog en stroomt lucht naar beneden. Daardoor is het vaak droog en rustig weer. Op wereldschaal liggen sommige hogedrukgebieden bijna altijd op dezelfde plek. Bijvoorbeeld rond 30 graden breedte liggen subtropische hogedrukgebieden. Deze plekken hangen samen met windsystemen, omdat lucht hier wegstroomt naar gebieden met lagere druk.

Een lagedrukgebied noemen we een minimum. Hier is de luchtdruk laag en stijgt de lucht op. Dat zorgt vaak voor wolken en neerslag. Ook deze gebieden liggen op aarde vaak in vaste zones. Bijvoorbeeld rond de evenaar en rond 60 graden breedte. Lagedrukgebieden trekken lucht aan vanuit hogedrukgebieden. Daardoor ontstaan grote luchtstromen, die we terugzien in de windsystemen.

Rond de evenaar ligt het tropisch minimum. Hier is het warm, waardoor lucht opstijgt. Daardoor ontstaat een groot lagedrukgebied. Het is er vaak bewolkt en nat. Dit gebied trekt lucht aan uit de subtropische hogedrukgebieden. Die luchtstroom vormt de passaatwinden. Het tropisch minimum is dus een belangrijk startpunt van globale luchtverplaatsing.

Bij de polen is het juist erg koud. Daar zakt lucht naar beneden en ontstaat een polair maximum, een groot hogedrukgebied. Dit zorgt voor droge en koude omstandigheden. Vanuit deze gebieden stroomt lucht naar lagere breedtes. Die lucht vormt de poolwinden. Het polair maximum werkt dus samen met lagedrukgebieden verder naar het zuiden.

Rond 30 graden noorder- en zuiderbreedte liggen de subtropische maxima. Dit zijn vaste hogedrukgebieden. Hier daalt lucht die eerder bij de evenaar is opgestegen. Daardoor is het vaak droog. Veel woestijnen liggen in deze zone, zoals de Sahara. Vanuit deze gebieden stroomt lucht naar zowel de evenaar als naar gematigde gebieden. Dit zorgt voor verschillende windsystemen.

Rond 60 graden breedte ligt het subpolair minimum. Dit is een zone met lage luchtdruk. Hier komen koude lucht uit het noorden en warmere lucht uit het zuiden samen. Daardoor stijgt lucht op en ontstaan vaak storingen en neerslag. In West-Europa merk je dit goed, omdat veel lagedrukgebieden langs deze zone trekken. Het subpolair minimum is dus belangrijk voor het weer bij ons.

De passaten zijn winden die van de subtropische maxima naar het tropisch minimum waaien. Ze waaien bijna altijd uit dezelfde richting. Op het noordelijk halfrond uit het noordoosten, op het zuidelijk halfrond uit het zuidoosten. Deze winden brengen warme lucht naar de evenaar. Ze zijn belangrijk voor het klimaat in tropische gebieden.

Tussen de subtropische maxima en het subpolair minimum waaien de westenwinden. Deze winden komen uit het westen en bewegen naar het oosten. Nederland ligt in deze zone. Daarom komt bij ons vaak lucht vanaf de Atlantische Oceaan. Dat zorgt voor wisselvallig weer. De westenwinden verbinden dus warme en koude gebieden met elkaar.

Vanaf het polair maximum waaien de poolwinden naar het subpolair minimum. Deze winden zijn koud en komen uit de richting van de polen. Ze zorgen voor koude luchtstromen richting lagere breedtes. Wanneer deze koude lucht botst met warmere lucht, ontstaan vaak depressies. Poolwinden spelen dus een rol bij het ontstaan van lagedrukgebieden.

​De zon verwarmt de aarde ongelijk, waardoor lucht gaat bewegen. Bij de evenaar stijgt warme lucht op en ontstaat een lagedrukgebied. Die lucht stroomt op hoogte naar de subtropen en daalt daar weer, waardoor een hogedrukgebied ontstaat. Vanuit daar stroomt lucht terug naar de evenaar als passaatwind. Tegelijk stroomt lucht richting het subpolair minimum als westenwind. Vanuit de polen komt koude lucht als poolwind richting diezelfde zone. Zo vormen hogedruk- en lagedrukgebieden samen vaste windsystemen.

Leerdoelen

  1. Ik kan uitleggen wat hogedruk- en lagedrukgebieden zijn en beschrijven welk weer daarbij hoort met duidelijke voorbeelden uit de tekst.
  2. Ik kan beschrijven waar belangrijke drukgebieden op aarde liggen (evenaar, 30°, 60°, polen) en aangeven of het hoge of lage druk is.
  3. Ik kan uitleggen welke globale windsystemen er zijn (passaten, westenwinden, poolwinden) en waar ze ontstaan en naartoe waaien.

Aan de slag!

Kies één of twee opdrachten uit de bestanden en verwerk jouw keuze duidelijk in je schrift of portfolio. Schrijf de code en titel van de theorie altijd bovenaan je uitwerking.
Picture
Picture
Picture

LeerCheck

  1. Leg in je eigen woorden uit wat het verschil is tussen een hogedrukgebied en een lagedrukgebied en noem bij beide het weer.
  2. Zet in een korte zin waar je het tropisch minimum, subtropisch maximum, subpolair minimum en polair maximum vindt (breedtegraden + soort druk).
  3. Kies één wind (passaat, westenwind of poolwind) en beschrijf waar deze vandaan komt en waar hij naartoe waait.

Voor de docent

Gebruik werkvormen om de theorie snel en actief te bespreken in de klas. Voor verdieping of toetsing kun je de toetsvragen inzetten als formatieve check of proefwerkmateriaal.
Picture
Picture
Picture

​GeoStap – Ontdek de wereld op jouw manier!

GeoStap brengt aardrijkskunde tot leven met innovatief lesmateriaal, actuele geografische inzichten en unieke leermethodes. Ontdek onze methode via de GeoStap-website, Learnbeat en inspirerende concepten zoals GeoBeat en NieuwsKompas.
© GeoStap – Alle rechten voorbehouden
  • Home
  • Onderbouw
    • Module 1
    • Module 2
    • Module 4
    • Module 5
    • Module 8
    • Module 9
    • Module 12
  • VMBO KGT
    • SE1 Arm en Rijk
    • SE2 Bronnen van Energie
    • SE3 Grenzen en Identiteit
    • CE4 Weer en Klimaat